Geestelijke groei – bedroef de Geest niet

De volgende manier waarop we moeten vermijden de Geest te bedroeven, is dat we nooit enige twijfel of ongeloof moeten voelen wat betreft het voornemen en de verlangens van de Heilige Geest in ons; en nog minder moeten we aan Zijn vermogen om ons te helpen twijfelen. Ik neem aan dat we allemaal weten wat ik daarmee bedoel. Het is één ding deze zaken theoretisch te geloven, maar het is heel iets anders ze in de werkelijke praktijk te geloven. Vertrouwen wij werkelijk op de kracht van de Geest in ons, of twijfelen we eraan?

Ongeloof in de Geest

Koesteren wij nog steeds een zekere mate van ongeloof? Zijn we er allen vast van overtuigd dat God ons Zijn Geest gegeven heeft, zodat Zijn grote voornemen tot heiligmaking in ons plaats zal mogen vinden? Zijn we er heel zeker van dat de kracht van de Geest werkelijk voldoende is en dat het helemaal niet uitmaakt wat het probleem is, noch hoe machtig de vijand is, omdat de Geest, Die in ons is, machtiger is dan dié in hen is?

Niet vrezen

De apostel Johannes zegt tot zijn jonge volgelingen dat zij niet behoeven te vrezen. Hij zegt dat hij alles weet over de wereld, het vlees en de duivel, dat hij hun listigheid kent, maar hij verzekert hun: ‘Hij is meerder, Die in u is, dan die in de wereld is.’ (1 Johannes 4 vers 4) De Kracht, Die in ons is, is groter; laten we dat nooit vergeten. We moeten de Heilige Geest vreselijk bedroeven wanneer we Zijn genoegzaamheid betwijfelen.

Verder – en ik ga nu iets zeggen dat verkeerd opgevat kan worden, maar het is onderwijs van de Schrift – moeten wij als christenen niet bang zijn voor onszelf. Dat betekent niet dat we zelfverzekerd zijn, want zelfverzekerdheid is geen vrucht van de Geest. Maar we krijgen het bevel geen angst te hebben voor de duivel, in die zin dat we bang zijn oor verleidingen. Ons wordt juist gezegd dat we hem in het geloof moeten weerstaan. Ik moet dat element van vertrouwen hebben in de bekwaamheid en de kracht van de Heilige Geest in mij.

Twijfels

Het volgende dat ik wil benadrukken, is dat enige twijfel over het doen van de wil van de Geest Hem overduidelijk bedroeft. U begrijpt wat ik bedoel. De Geest verlicht ons geweten, zodat we, als we in verleiding komen, precies weten dat iedere aarzeling over de wil van de Geest een bron van droefheid voor Hem is. Of om het op een positieve manier te zeggen, kan iets meer bedroevend zijn dan dat wij niet willen doen wat Hij ons in Zijn Woord of op een andere wijze heeft bevolen, omdat het onze trots of ons vlees of onze eigendunk kwetst en dat we daarom aarzelen omdat wij in plaats daarvan iets anders willen doen? Kan iets meer krenkend zijn dan dat wij hetgeen duidelijk de wil van de Geest is in twijfel trekken? We bedroeven Hem door zo te doen.

Verder lezen in:

Geest

Het onderwerp ‘geestelijke groei’ geniet een toenemende belangstelling. Vanuit de puriteinse traditie geeft D.M. Lloyd-Jones zijn visie op geestelijke groei. Aan de hand van het hogepriesterlijk gebed uit Johannes 17 beschrijft hij het proces van heiligmaking, vanaf de eerste werkingen van de Heilige Geest in het hart tot aan de eeuwige heerlijkheid met God.

Dit boek is te verkrijgen in uw plaatselijke boekhandel.