Jeruzalem – de vijver van Siloam

De vijver van Siloam bevindt zich in de zuidpunt van de Stad van David. Deze Stad van David ligt ten zuiden van de Tempelberg. Momenteel is dit een Arabische wijk (Silwan), gelegen buiten de muren van de Oude Stad, maar in feite is deze heuvel het aller­oudste Jeruzalem. Op de oosthelling van deze heuvel komt de bron Gihon uit. Deze bron geeft altijd helder en fris water. De Gihonbron is vanouds de levensader van de stad.

Rene van Loon in Hoogtepunten in het Heilige Land – bijbelstudie over Johannes 9:1-7

 

Er was wel een probleem, al in de tijd van de Kanaänieten, nog voordat Israël in Kanaän was gearriveerd: de bron lag buiten de stadsmuren, op de helling van de heuvel. Dat is gevaarlijk: als de stad belegerd werd, hadden de inwoners geen water en de belegeraars wel! De inwoners van Jebus, zoals de stad toen heette, vonden daar een oplossing voor. Vanuit de stad groeven ze een tunnel naar de Gihonbron toe. Zo konden ze bij een belegering ongezien water gaan halen bij de bron. Aan de buitenkant probeerden ze de bron af te schermen. Op het moment dat koning David Jeruzalem belegerde, zei hij tegen zijn manschappen: ‘Ieder die de Jebusieten wil verslaan, moet de watergang zien te bereiken’ (2 Samuel 5:8). Het lukte Joab en zijn mannen om zo, via de watertunnel, de stad binnen te dringen en die te veroveren.

Toen koning Hizkia drie eeuwen later de dreiging voelde van Assyrië en wist dat de Assyrische troepen de stad konden gaan belegeren, wilde hij niet dezelfde fout maken als de Jebusieten destijds. Hij liet daarom alle waterkanalen dichtmaken die vanuit de bron Gihon naar buiten de stad leidden. Tegelijk liet hij een veel langere tunnel graven, van de bron Gihon dwars door de heuvel naar de lager gelegen zuidelijke punt, waar het water uit de tunnel in een vijver stroomde. Deze vijver bevond zich binnen de stadsmuren, het water bleef zo dus voor de inwoners beschikbaar, ook in tijden van belegering. Omdat Hizkia weinig tijd had, liet hij van twee kanten de arbeiders naar elkaar toe graven. Het is werkelijk heel bijzonder dat de tunnelgravers inderdaad bij elkaar uitkwamen, want de tunnel is 535 meter lang en heeft veel bochten, waarschijnlijk omdat de gravers zo om harde stukken steen heen hakten. Er is een gedenksteen gevonden waarop staat hoe de arbeiders elkaar eerst hoorden en hoe vervolgens de steenhouwers tegen elkaar insloegen, ‘houweel op houweel’, en het water naar de vijver vloeide. In 2 Kronieken 32:30 wordt het verteld: ‘Jehizkia was het ook, die de bovenste uitgang van het water van Gihon dichtstopte en het naar beneden westwaarts naar de stad Davids leidde’ (NBG-vertaling 1951).

Deze vijver, de Siloamvijver, is het eindpunt van deze tunnel van Hizkia. De vijver van Siloam werd daarmee de belangrijkste plaats waar de inwoners van Jeruzalem hun water haalden. Er werd ook wel regenwater opgevangen in waterreservoirs, maar alleen het water uit de Gihonbron, het water dat in de Siloamvijver stroomde, is lévend water, water dat aan de mensen gegeven wordt. Zulk bronwater gold als symbool van Gods genade: je hoefde er geen put voor te graven, geen reservoir voor uit de rots te houwen. Bronwater komt je zomaar tegemoet borrelen, als geschenk van de Allerhoogste. Juist in een warm klimaat als dat van Israël besef je des te meer dat water van levensbelang is. Fris, levend water dat je zómaar in de schoot geworpen krijgt, is daarom een Godsgeschenk!

De vijver van Siloam was niet zelf een bron, maar het levende water van de Gihonbron stroomde wel dáár de stad binnen. Het water werd vanuit de bron naar deze vijver ‘uitgezonden’ (Siloam betekent ‘uitgezonden’). Siloam was de redding van de stad in tijden van belegering, Gods genadegeschenk waardoor Jeruzalem standhield toen de Assyriërs inderdaad de stad belegerden en koning Hizkia zijn hulp van God verwachtte.

Ceremonie van water scheppen

Momenteel zijn er in Jeruzalem twee Siloamvijvers te zien. De ene vijver, waarin het water uit de tunnel van Hizkia stroomt, werd eeuwenlang beschouwd als dé vijver van Siloam. Er heeft een Byzantijnse kerk overheen gestaan, daarvan zijn nog resten zichtbaar. Iets zuidwestelijk van deze vijver is in 2004 door archeologen een andere vijver ontdekt. Daarvan wordt aangenomen dat dit de vijver van Siloam uit de tijd van Jezus was. Er is maar een klein stuk van blootgelegd, omdat het grootste deel zich onder een boomgaard bevindt en niet mag worden opgegraven.

In de tijd dat de Here Jezus leefde, vond bij deze vijver op het Loofhuttenfeest een bijzonder ritueel plaats. Vanaf de tweede dag van het feest tot en met de zevende, de laatste dag, kwam elke morgen een priester met een gouden kruik uit de tempel naar de vijver van Siloam toe. De priester werd omringd door een grote menigte, blij dansend en zingend. Als die hele groep mensen bij de vijver van Siloam gekomen was, werd er een lied gezongen: de woorden van Jesaja 12:3 (NBV): ‘Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding.’ Het werd genoemd ‘de ceremonie van het water scheppen’. In de Misjna, de toelichting op de Thora, wordt dit het meest vrolijke moment van het hele jaar genoemd: ‘Hij die nog nooit de vreugde heeft gezien bij de Simchat Bet Hasheavah (de ceremonie van het waterscheppen), die heeft nog nooit echte vreugde in zijn leven gezien’ (Misjna, Sukkah 5:1).

De priester liep vervolgens met de stoet mensen om zich heen omhoog naar de tempel, naar het altaar. De menigte riep: ‘Priester, steek uw handen omhoog! Laat de kruik goed zien!’ Dan goot de priester het water in een groot zilveren bekken, en door een gat onderin stroomde het water over het altaar. Dit ritueel gold als een gebed om regen. Het Loofhuttenfeest wordt (nog steeds) gevierd aan het begin van het regenseizoen. Ook hieruit blijkt weer het belang van water. Zonder regen is er geen oogst. Droogte betekent de dood, water betekent leven!

Deze ceremonie van het water scheppen vormt de achtergrond van Johannes 7:37-39: ‘En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)’

Het levende water, nét door de priester geschept uit de vijver van Siloam, is door hem uit de kruik uitgegoten over het altaar. En wat zegt Jezus? ‘Wie in Mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’ Levend water: genade van God. Wat een prachtig beeld van de Heilige Geest! Het geschenk van God brengt zelf weer leven voort: er kan een grote oogst door groeien!