Jesaja beter begrijpen

Het bestuderen van de Bijbel is dé manier om God beter te leren kennen. Ook dit zesde deel in de serie ‘Bijbel beter begrijpen’ helpt daarbij.

Het bijbelboek Jesaja is een bijbelboek met een enorme zeggingskracht tot op de dag van vandaag. Het bevat troostrijke woorden die bemoedigen, maar ook scherpe teksten die uitdagen. Maar vooral geeft Jesaja zicht op Gods hart. Uit het bijbelboek blijkt dat de machtige God, die de hand heeft in de geschiedenis, steeds weer ontstellend bewogen is. Deze God kan onrecht niet hebben en komt op voor de gebrokenen. Die bewogenheid van God komt wel heel sterk tot uiting in de aangekondigde messias. Omdat het zoveel goed nieuws over de messias bevat, wordt het daarom ook wel ‘het vijfde evangelie’ genoemd. Het bevat goed nieuws – zeker ook voor mensen van vandaag.


Extra informatie en verwerkingsopdrachten

Dit boek behandelt in 8 hoofdstukken kenmerkende stukken uit het bijbelboek Jesaja. Daarbij geeft het ook de nodige achtergrondinformatie om het hele boek beter te begrijpen. Het boek probeert (in)zicht te bieden op het bijbelboek Jesaja, zodat er ook meer zicht op het hart van God wordt verkregen. Immers, als geen ander geeft dit bijbelboek inzicht in wat God beweegt.

Na een introductie op het hele bijbelboek (achtergrond, thema’s, etc.), worden de volgende hoofdstukken besproken:

– God is een God van recht (Jesaja 1)

– God leidt (Jesaja 30)

– God van de toekomst (Jesaja 34 en 35)

– God is betrokken (Jesaja 42)

– God is de enige (Jesaja 45 en 46)

– God vergeet niet (Jesaja 49)

– Gods dienaar (Jesaja 53)

– God sluit in (Jesaja 56)

 

Bij de eerdere delen (met name bij ‘Jezus beter begrijpen’ en ‘Psalmen beter begrijpen’) staan allerlei aanwijzingen voor gespreksleiders. Dit zijn meer algemene tips die ook kunnen helpen bij het leiden van een bespreking van een hoofdstuk van ‘Jesaja beter begrijpen’.

In ‘Jesaja beter begrijpen’ wordt echter soms verwezen naar deze website voor wat meer informatie bij een verwerkingsopdracht. Die extra informatie wordt hieronder gegeven.

Hoofdstuk 2, verwerking op pagina 31. Liederen die passen bij Jesaja 30: 18 – Opwekking 369, Psalmen voor Nu 130, psalm 103 en misschien wel het beste: opwekking 599.

Hoofdstuk 3, verwerking op pagina 34. Trailer paradise lost– https://www.youtube.com/watch?v=oFGTP8PoOTY

Hoofdstuk 7, verwerking op pagina 61. Extra informatie over ‘schapen in de bijbel’.

Een veelgebruikte vergelijking in de bijbel is die van herder(s) en schapen. De herder staat dan voor de koning (of herders voor de leiders van het land) en de bijbel schuwt ook niet om God als herder neer te zetten (bv. psalm 80). In ditzelfde beeld zijn mensen dan schapen (psalm 95, psalm 100). Zo gebruikte Jezus ook deze vergelijking door zichzelf ‘de goede herder’ te noemen en zijn volgelingen als ‘zijn schapen’. Enerzijds vergelijkt Jezus zich hier (wederom) met God en anderzijds sluit hij aan bij het Oude Testament door de mensen (wederom) met schapen te vergelijken. Jezus gebruikt ook een uitdrukking die al vaker gebruikt werd voor de mensen: ‘als schapen die geen herder hebben’. Jezus werd hierdoor ‘met ontferming bewogen’, zoals God ook bewogen is over al die mensen voor wie geen mens in lijkt te staan en naar wie niemand om lijkt te kijken. Jezus maakt dan door een gelijkenis over een herder en 100 schapen duidelijk dat ‘de goede herder’ wel om ziet naar zijn schapen, zelfs naar dat ene zoekgeraakte schaap. De vergelijking van mensen met schapen – en er is geen dier waar we als mensen vaker mee vergeleken worden – zegt het nodige over ons. Als je de bijbelteksten waarin deze vergelijking gebezigd wordt, eens onder elkaar zet, dan komt daar het volgende beeld van de mens naar voren. Wij zijn dan blijkbaar mensen die de neiging hebben (af) te dwalen, die niet voor zichzelf kunnen zorgen, die leiding nodig hebben, kwetsbaar zijn, kuddedieren zijn en ook nog eens vaak dom en eigenzinnig zijn Vooral echter zijn we mensen die het voorwerp zijn Gods liefde, zoals de goede herder houdt van zijn schapen (er zelfs zijn leven voor wil geven).