Geestelijke verzorging

Ze vertelde. Haar zoon was veroordeeld vanwege incest. ‘Dat is zo erg, dat komt nooit meer goed. Ons gezin is voor altijd beschadigd, onverdraaglijk. Maar ik houd van mijn zoon, ik kan er niks aan doen. Mensen zeggen tegen me: Je wilt hem nooit meer zien natuurlijk. Maar hij is en blijft mijn kind, altijd, en ik houd van hem, altijd. Sommige mensen willen ook niks meer met mij te maken hebben, omdat ik hem de deur niet wijs. Maar ik weet dat er kwaad én goed in hem zit, net zoals in mij. Net zoals in alle mensen. Moet ik hem dan afwijzen? Wat hij heeft gedaan had nooit mogen gebeuren, ik praat niks goed. Maar is hij slechter dan ik? Ben ik beter dan hij? Begrijpt u wat ik zeg?’

Uit Goed gereedschap is het halve werkMargriet en Kees van der Kooi

 

Hoe zou ik u vergeten?

De zoon heeft zich schuldig gemaakt aan incest. Daarmee is grote schade aangericht en die schade is in heel veel gevallen onherstelbaar. Incest, seksueel misbruik is roof. Ontvreemding van eigenheid, van heelheid, van integriteit. Er zijn dingen die de geest verdringen kan, maar die het lichaam niet vergeet.[1] Dat laat de moeder voluit staan. Tegelijkertijd blijft de zoon haar kind. Ze kan en wil hem niet verstoten. Daarmee vertoont ze trekken die door de profeten in het Oude Testament aan God worden toegeschreven. In Jeremia 31 wordt God beschreven als een vrouw die haar kinderen weggevoerd ziet worden en daar tot in haar buik beroerd van is: ‘Hoe zou ik u vergeten?’

 

Bloed kruipt waar het niet gaan kan

Zulke beelden en woorden herinneren aan het verbond, preciezer nog het verbond met Abraham, waarvan we op verschillende plaatsen lezen in Genesis. Het verbond op de Sinai, waarin aan Israël de wet van Mozes ter handhaving wordt gegeven, is daarvan wel een uitwerking, maar valt er niet mee samen. Op momenten van crisis, als het verbond van de Sinai is geschonden, valt God terug op het verbond met Abraham. Kortom, God kan het niet over zijn hart verkrijgen dit volk, deze zoon, los te laten. Daarmee wordt het kwaad niet weggepoetst, maar juist erkend. Dat brengt ons bij de godsleer. God is in de christelijke theologie geen neutrale, hoogste macht. In God is hartstocht. De moeder geeft haar kind niet op, ondanks alle droefenis. De liefde loopt krom, zoekt sluipwegen. Het is als in het verhaal van de Goede Herder, die op zoek gaat naar dat ene schaap dat zich van de kudde afgezonderd had en verdwaalde. Zijn bloed kruipt waar het niet gaan kan

Zijn wij dan beter?

De moeder heeft nog een andere reden waarom zij haar zoon de deur niet wijst, en dat gaat nog een spa dieper: ben ik beter dan hij?

In het pastoraat is, als het goed is, dat besef aanwezig. Dat besef van een Goede Herder is leidend en richtinggevend. Pastoraat is een vorm van geestelijke verzorging, maar het valt er niet geheel mee samen. Geestelijke verzorging die weet heeft van een Goede Herder, een pastor bonus, zet de situatie in het licht van die Herder. Het is richtinggevend voor de manier waarop we zonde en schuld serieus nemen en tegelijkertijd niet de overhand laten krijgen. De moeder uit het verhaal kiest niet alleen voor haar zoon vanwege haar liefde voor hem, maar ook omdat zij weet wie ze zelf is. Of, om met de titel van een boek van de rooms-katholieke priester Kristiaan Depoortere te spreken: Wij zijn van U met al ons kwaad.

[1] ‘Wat het lichaam niet vergeet’: Titel van een toneelstuk van Toneelgroep Oostpool, seizoen 2008/2009.

Goed gereedschap is het halve werk

pastoraat

Aan de hand van ervaringen in een ziekenhuis gaan de auteurs na – vanuit hun verschillende disciplines – welke rol theologie vervult in pastoraat, geestelijke verzorging en coaching. En omgekeerd: hoe ontmoetingen inwerken op de theologie.

>>> Meer informatie over dit boek