De reactie van dr. Arjan Plaisier op Spreken over God

arjan plaisier

Het zal niemand verbazen dat Hoofdlijnen van de theologie van Bram van de Beek begint met de christologie. Jezus is ‘eniggeboren God die ons verklaard heeft wie God is’ (Joh.1:18). Het feit dat we in vrijwel alle vertalingen tegen de oudste en overgrote meerderheid van de handschriften ‘eniggeboren Zoon’ lezen bewijst volgens van de Beek dat deze werkelijkheid de meeste christelijke theologen te veel is. (24).

Van de Beek doet in zijn theologie nooit zijn best om gevoeligheden die vanuit de tijdgeest opkomen, te ontzien. Het hart van het geloof in nu eenmaal Jezus, waarlijk God en waarlijk mens in de eenheid van zijn persoon. Hij is het vleesgeworden Woord dat ons mens-zijn heeft aangenomen om ons te verlossen en het eeuwige leven te schenken. Dat is altijd al een vreemd geloof geweest, en heeft altijd al in kwade reuk bij de tijdgeest gestaan, maar wie hier afbreuk aan doet, verliest de substantie van het geloof. ‘Mag het ietsje minder?’ is een terugkerend refrein, maar de kerk heeft, soms na heftige discussies, steeds gezegd: nee. Niet uit halsstarrigheid, conservatisme of machtswellust, maar om vast te houden aan het evangelie dat God zelf ons verlost. Dat is goed nieuws voor zondaars, losers, mensen in de goot, en allen die niet opgewassen zijn tegen de dood als de laatste vijand. ‘Iets minder’ betekent dat het evangelie er is dan alleen nog maar is voor de braven, de moreel sterken, de winnaars. Die kunnen het wel zonder een God aan het kruis. Wie echter beter toekijkt, zal ontdekken hoe voos hun claim is. Het evangelie zegt dat we vlees zijn. Dat vlees heeft Christus aangenomen, aan dat mens-zijn is Hij gestorven en wij met Hem. Alleen zo is er leven, opstanding met Christus, eeuwig leven en liefde waar niets ons van kan scheiden.

De radicaliteit van deze christologie geeft concentratie. Het is overigens een concentratie die wat anders is dan eenvormigheid. Dat blijkt al uit het deel over de christologie. Oost en West hebben verschillende ‘spiritualiteiten’ en theologieën voortgebracht. Van de Beek weet van diversiteit die met inculturatie te maken heeft. Vooral in de ‘soteriologie’ of genadeleer is dat het geval. Die (legitieme) diversiteit ontspruit wel, wil het om christelijk geloof gaan, aan het geloof dat ‘Jezus God is’. ‘Er is slechts één definitief criterium voor goede theologie: gaat het om Christus?’. ‘We hangen alleen van Christus af’ (11). Dat geeft ook de grens aan inculturatie. De inculturatie in de Amerikaanse cultuur dreigt over deze grens te gaan: ‘deze inculturatie staat haaks op de ontferming voor de massa die Jezus had en op zijn lijden waarin Hij zich gaf om hen te redden die geen enkele kans meer hadden en nooit zullen hebben in deze wereld.’ (59v)

Zoals gezegd: Van de Beek is wars van het naar de mond praten van de tijdgeest. Hij wil rechte voren trekken en hakt liever knopen door dan eindjes aan elkaar te knopen. Juist ten overstaan van de door de verlichting gestempelde liberale theologie geeft dat het bevrijdende elan aan zijn theologie. Ik moet bij Van de Beek vaak denken aan de Tweede Römerbrief van Barth. Dat geeft ook weer het tijdbetrokkene van Van de Beeks theologie aan (zoals dat ook het geval was bij Barth). Geen lange lussen meer over geschiedenis en cultuur zoals bij de apostolaatstheologie. Geen pogingen meer om de theologie te funderen in een transcendentale filosofie of existentiefilosofie. In plaats daarvan een theologie van de Gekruisigde en een ecclesiologie die haar hart vindt in de viering van de eucharistie, waar de gemeente leeft van het lichaam en bloed van de Heer. Deze concentratie raakt de tijd meer in het hart dan al die theologische vertogen waarin met brede hermeneutische gebaren zo omvattend wordt gesproken, dat het profiel van het christelijk geloof verdwijnt.

Tegelijk roept deze aanpak van Van de Beek de vraag op, of deze wellicht té tijdsbetrokken is.  Of moet ik zeggen: te protestants? Dat geldt overigens meer voor de leer over God en de christologie dan over de kerk. In die laatste is Van de Beek klassieker, ‘katholieker’, breder. De evangeliën worden bij Van de Beek ingetrokken in de kreet van Jezus aan het kruis als in een zwart gat. Alles wat daarbuiten ligt, verliest zijn eigen betekenis. De Bergrede zou alleen maar laten zien dat de hele wereld onder het oordeel ligt. Daarmee is in feite de Franciscaanse beweging als een vergissing bestempeld. Het leven van Jezus, zijn prediking en tekenen krijgen geen uitbreiding in de tijd. Dat geldt ook voor de opstanding. Die wordt geheel onaanschouwelijk. Opstanding is oordeel over de geschiedenis. ‘Jezus in niet opgestaan in de aardse geschiedenis’ (31). Natuurlijk heeft Van de Beek gelijk als hij stelt dat Jezus ‘niet is vast te leggen in een historisch moment’. Hij is echter wel vanuit de hemel aanwezig in de geschiedenis. In de eucharistie zoals Van de Beek zelf stelt. Maar daarin dan toch ook om ons tot een waar eucharistisch leven op te heffen, waarin de kracht van de opstanding doorwerkt.

Het is duidelijk dat Van de Beek sceptisch staat ten opzichte van alle pogingen het corpus christianum weer op te richten. Die scepsis is terecht. Maar God doet meer dan een oordeel over de geschiedenis te laten gaan. Er is een lichtkring rond het kruis, die meer spreiding krijgt, zowel in de geschiedenis als in het geestelijk leven, dan in de theologie van Van de Beek bespeurbaar is. Er is ‘heerlijkheid’ en er zijn ‘stijlen van heerlijkheid’ (Von Balthasar).  

Of moet je zeggen: de theologie van Van de Beek is zelf zo’n ‘stijl van de heerlijkheid’. Daar valt veel voor te zeggen. Het is een theologie die zichzelf verstaat als een gehoorzaamheid aan Christus, de Gekruisigde. Deze theologie van het kruis spelt de barmhartigheid van de Heer en daarin licht ook de schoonheid op van het heil (en dus van de theologie). Het is een theologie die ontspringt vanuit een fascinatie. Als zodanig is deze theologie een monument in de huidige theologiegeschiedenis. Als anderen andere wegen kiezen, zal de vraag die vanuit déze theologie gesteld mag worden luiden uit hoeveel fascinatie voor de centrale gestalte van het christelijk geloof, Christus, die zijn ontsproten.

Dr. Arjan Plaisier
Van 2008 tot juni 2016 scriba van de Protestantse Kerk in Nederland

Van dr. Arjan Plaisier verscheen onlangs:

zorg voor de ziel



Zorg voor de ziel van Arjan Plaisier biedt inspiratie voor spiritueel leven vanuit de christelijke traditie. Is de ziel terug van weggeweest?

De christelijke traditie is bij uitstek spiritueel. Hier zijn onuitputtelijke bronnen te vinden voor hoofd en hart. Dit boek is bestemd voor ieder – binnen en buiten de kerk – die de zorg voor de eigen ziel serieus wil nemen en behoefte heeft aan verdieping en verbreding.

Verkrijgbaar als paperback en als e-book.

Insert Image
Insert Image