Hans

Ruim tien jaar geleden werd ik vanuit onze kerkenraad gevraagd om eens contact op te nemen met een eenzame man, Theo. Theo had het niet makkelijk en het zou mogelijk wel energie kosten om contact te krijgen en te onderhouden. Er zou ook sprake zijn van complexe problematiek. Ik heb Theo opgebeld met de vraag of ik eens mocht langskomen voor een bakje koffie. Ik vertelde hem waarom ik als onbekende –hij was geen lid van onze gemeente – zomaar contact zocht. Dat viel in goede aarde en al gauw kon ik terecht in zijn ruime huis, dat hij anti-kraak bewoonde.

Theo bleek een natuurliefhebber te zijn, met grote planten en een parkiet in huis. We hadden direct een aantal raakvlakken en daarmee gezellige gesprekken. Uit die gesprekken bleek al snel dat Theo’s huwelijk op de klippen gelopen was en dat hij keer op keer pech had gehad in contacten, werk en financiële situaties, waarvan acute alcoholproblematiek gevolg of oorzaak was. Op de terugweg van het eerste bezoekje had ik heel wat te herkauwen. Gelukkig kon ik mijn verhaal in vertrouwen kwijt aan mijn vrouw, die vanuit haar opleiding en beroep ervaring heeft met psychosociale problematiek. Na het eerste bezoek zijn er talloze gevolgd. Het streven was om elke twee weken bij Theo langs te gaan. Hoewel de bezoekjes duidelijk op prijs gesteld werden, bleek dat het initiatief daarvoor telkens van mij moest komen. Theo’s hoofd zat snel vol en het onderhouden van contacten bleek niet zijn sterke punt. Het lukte niet om lang vooraf afspraken te maken. Een dag van tevoren of nog dezelfde avond even bellen bleek de beste manier om regelmatig bij hem langs te kunnen gaan. Wat hebben we bij die bezoeken veel besproken. Theo was zeer breed geïnteresseerd en vond het leuk als ik wat over mijn werk vertelde. Zelf was hij altijd wel bezig met nieuwe plannen voor een baan, een aankoop of een reis, waarbij hij het fijn vond als ik meeluisterde en eventueel raad gaf. Door onze verschillende achtergrond was er geen sprake van een evenwichtige, gelijkwaardige relatie, maar anderzijds stonden we zeker ook naast elkaar wat betreft de interesse in elkaars leven. Het is niet makkelijk als het initiatief steeds van één kant moet komen, maar anderzijds was het zeker geen straf om bij Theo op bezoek te zijn. Al snel, misschien zelfs al vanaf de eerste keer, lazen we aan het eind van het bezoek een stukje uit de Bijbel en eindigen we met een kort gebed. Dat lag op mijn hart, en ik was blij dat Theo daarvoor openstond. Theo was in de jaren daarvoor kerkelijk betrokken geraakt, al viel het hem zwaar om zich te voegen in de vaste structuren daarvan.

Theo kreeg schuldhulpverlening en was in beeld bij de verslavingszorg. Het was voor Theo moeilijk om te voldoen aan de eisen van allerlei instanties, en het mooie van onze ontmoetingen was dat die vrijwillig en eenvoudig konden zijn. Daartegenover stond dat ik omwille van een goede relatie hem nooit geld geleend of gegeven heb en ook heel terughoudend geweest ben in het doen van karweitjes. Naast de onvermijdelijke en soms gedwongen professionele hulp waarmee hij te maken had, was onze vriendschap ongedwongen en ontspannen. Het was mooi om samen de preek of een bijbelgedeelte te bespreken en te zien dat het hem echt raakte.

Helaas lukte het Theo niet om een stabiel bestaan op te bouwen. Er was steeds een terugval naar de alcohol en af en toe was er ook invloed van verkeerde vrienden. Wat kan een leven onherstelbaar beschadigd zijn door een beroerde jeugd en verslaving. Voor mij was het ingewikkeld en aangrijpend om dit te zien. Zijn omkeer vanuit de wereld naar de kerk loste niet alles op.


Psychische problemen in de familie van Hanneke Schaap-Jonker en Ewoud de Jong is een praktische gids voor naasten van psychisch zieken. Mede door ervaringsverhalen biedt dit boek veel herkenning en erkenning voor familieleden en vrienden, die vaak worstelen met schuld, stigma, moedeloosheid, geloofsvragen en rouw. Wanneer zij gesteund worden, kunnen ze beter tot steun zijn voor mensen met psychologische problematiek. Daarvoor zijn ook praktische handreikingen voor contact en zelfzorg opgenomen, die ook heel bruikbaar zijn in het pastoraat.


In de loop van de jaren ging de conditie van Theo achteruit. Met adviezen over betere voeding en een regelmatiger leven kon hij niet zoveel.

Het leven van Theo ging met ups en downs. Sommige perioden kon hij zich redelijk voegen naar de regels die de maatschappij aan mensen stelt. Omdat werk al lange tijd niet haalbaar bleek, werd er dagbesteding voor hem geregeld.

Hij ging hier bij tijden regelmatig heen en ontdekte daar dat hij talent voor schilderen had. Hij produceerde het ene schilderij na het andere. Hij rekende zich dan al rijk met de mogelijke verkoop van de schilderijen.

Maar er waren ook perioden dat het Theo niet lukte om in het dagelijkse ritme vast te houden. Er waren met regelmaat perioden dat de drank hem te sterk werd. Door de jaren heen leerde ik die tijden beter te zien aankomen. Ik probeerde dan, naast de bezoekjes, door een telefoontje of het sturen van een appje vaker contact met hem te hebben. En als ik het echt niet vertrouwde, ging ik wat vaker op bezoek. Op een keer trof ik hem aan in een chaotische kamer. Dat was niets voor Theo, hij hield van netjes en opgeruimd. Het aanrecht stond vol vuile vaat, her en der lagen spullen, er hing een onfrisse lucht. Zelf lag hij op bed, niet aanspreekbaar. Omdat ik wel vermoedde dat hij opnieuw naar de fles had gegrepen, bleef er niets anders over dan hulp in te roepen. Een korte ziekenhuisopname volgde. Dit herhaalde zich enkele keren. Tot er na het ziekenhuis ook een opname in een verslavingskliniek volgde. Dat viel niet mee voor Theo, verblijven te midden van mensen van allerlei slag met nauwelijks een eigen plekje om zich terug te trekken. Een gesloten afdeling die hij niet mocht verlaten zonder toestemming van een personeelslid. Ook daar bracht ik hem bezoekjes. In het rookkamertje was er dan gelegenheid het Woord te openen.

De huisbaas van wie Theo inmiddels een appartement huurde, gaf aan dat hij het zo niet langer wilde. Theo’s kamer vervuilde, hij kon er vaak geen zorg voor dragen. Ook in de kliniek leek het zijn begeleider beter dat hij niet naar huis terug zou keren. Daarom volgde een opname in een beschermde woonvorm. Eigenlijk tegen de zin van Theo, maar omdat er een rechterlijke machtiging was afgegeven, moest hij ermee instemmen. Zelf leek het me een goede oplossing: een vast dagritme, verplichte dagbesteding en dagelijks contact met een begeleider zou voor Theo mogelijk helpend kunnen zijn. Een tijdje ging het ook goed. Theo schikte zich in zijn omstandigheden. Daar was hij altijd al goed in; tot mijn verbazing nam hij het leven altijd weer zoals het kwam, mét de vele tegenslagen die hij daarin ervoer. Maar na een periode beschermd wonen begon het vaste stramien toch te veel te knellen. Hij was en bleef een vrijbuiter, die graag zijn eigen zaken regelde. Dat kon ik ook weer heel goed begrijpen; willen we dat als mensen ten diepste niet allemaal het liefst? De rechterlijke machtiging werd niet verlengd en Theo koos ervoor om, met hulp vanuit de verslavingskliniek, zelfstandig te gaan wonen. Zijn weinige bezittingen heb ik verhuisd, zij het met zorg in mijn hart; hoe lang zou het goed gaan? Een poosje ging het goed, maar al snel bleek dat hij de woonomstandigheden niet prettig vond. Hij zocht een andere flat, ruimer en met meer privacy, en opnieuw volgde een verhuizing.

De ups en downs bleven, zij het dat door de jaren heen zijn algehele conditie verslechterde. Zowel lichamelijk als psychisch trok het overmatig drankgebruik een steeds zwaardere wissel.

De laatste jaren was zijn conditie zo slecht dat ik verwachtte dat hij niet lang meer zou leven. Uiteindelijk is hij ook plotseling overleden en gevonden door een thuiszorgmedewerker.

In verband met de complexe problematiek heb ik het als heel goed ervaren dat er door verschillende mensen hulp aan Theo geboden kon worden. Waardevol vond ik het ook dat er op een gegeven moment door zijn vaste begeleider initiatief werd genomen om alle hulp op elkaar af te stemmen. Een netwerkbijeenkomst, waarin zowel professionele hulpverleners, een familielid, een diaken uit de kerkelijke gemeente en ikzelf aanwezig waren, speelde hierin een belangrijke rol. Ieders inbreng werd zo helder en ook op elkaar afgestemd.

Mijn rol was klein, maar ik mocht wel een beetje kleur brengen in een uitzichtloos leven. Ik vond het heel moeilijk om te zien dat Theo enerzijds ernstig was met betrekking tot de dienst van de Heere en anderzijds niet kon loskomen uit zijn verslaving en ongezonde leefwijze. Graag had ik dingen voor hem opgelost en hem geholpen een nieuw bestaan op te bouwen in een stabiele setting. Helaas is dat mij en de hulpverleners niet gelukt. Vaak hebben Theo en ik samen gebeden om oplossingen en vooral Gods leiding en zorg in zijn leven.

Het lukte Theo niet om succesvol deel te nemen aan onze veeleisende maatschappij. Maar ben je zoveel beter als je weliswaar je leventje op orde hebt, maar dagelijks in veel dingen struikelt? Heel vaak ervoer ik dat wij hardnekkige slaven van ons eigengebouwde bestaan zijn. Ik als ‘net mens’ ben verslaafd aan zekerheden en welvaart waaraan ik helemaal geen rechten kan ontlenen. Wie ben ik zelf in Gods ogen? Ik heb leren beseffen dat ik onder mijn laagje vernis niet beter ben en dankbaar mag zijn dat ik wel een stabiele jeugd gehad heb. Dat inzicht gaf mij ook de motivatie om naast Theo te gaan staan en mee te lijden in zijn moeitevolle bestaan. Soms viel ik uit mijn rol en heb ik hem bijna vaderlijk toegesproken om hem een in mijn ogen ‘fout plan’ uit het hoofd te praten, overigens met wisselend resultaat. Maar mijn eigenlijke taak was om er voor hem te zijn en samen met hem te bespreken wat werkelijk belangrijk is in het leven.

Theo leeft niet meer. Hij voldeed niet aan de eisen van de samenleving. Diezelfde samenleving heeft hem ook niet werkelijk kunnen helpen. Hij was nog niet oud toen hij, afgeleefd, gestorven is. Wat een gebrokenheid, wat een waarschuwing ook om je direct af te keren van alles wat verslaaft. Maar het raakt me steeds dieper dat de Heere Jezus hoeren en tollenaren opgezocht heeft. Hij zoekt het verlorene. Hij ontfermt zich over een afgedwaald schaap. Ik blijf met vragen zitten, over het leven van Theo, maar ook over zijn eeuwige bestemming. Er is mij een spiegel voorgehouden door zijn leven. Tegelijk is er ook nieuw licht gevallen op de wonderlijke liefde van God die hoop en houvast biedt aan hopeloze zondaren.